B7 op gitaar: van rammelend akkoord naar betrouwbare V7 in 20 minuten per dag
Je zet je vingers neer, aanslag naar beneden… en daar is ‘ie weer: die ene doffe snaar, een piepende hoge e of een onbedoelde lage E die alles modderig maakt. De open dominant-septime die zoveel nummers draagt, voelt voor beginners vaak alsof je drie dingen tegelijk moet oplossen. Goed nieuws: het akkoord B7 is minder hachelijk dan het lijkt, mits je begrijpt hoe de vorm werkt, waar het in songs voor staat, en hoe je je handen efficiënter laat samenwerken. Deze gids pakt concrete problemen aan en levert een oefenplan waarmee je B7 binnen een week “gig-ready” krijgt.

De anatomie van B7 (x21202): wat je vingers écht doen
B7 is de dominante septiem op B. In de open vorm gebruik je vijf snaren; de lage E demp je. Van laag naar hoog:
- 6e snaar (E): dempen met je linker duim of door de punt van je middelvinger iets tegen de snaar te laten rusten.
- 5e snaar (A): 2e fret (B) met je middelvinger — dit is je pivot.
- 4e snaar (D): 1e fret (D#) met je wijsvinger.
- 3e snaar (G): 2e fret (A) met je ringvinger.
- 2e snaar (B): open.
- 1e snaar (e): 2e fret (F#) met je pink.
De sleutel is de 5e snaar: jouw middelvinger op A2 houdt tussen E en B7 vaak contact met de hals. Laat die vinger liggen bij het wisselen (de “pivot”), terwijl de andere vingers “om” die middelvinger heen wisselen. Zo blijft je hand stabiel en verliezen de open B en hoge e minder snel hun helderheid.
Veelgemaakte fouten en snelle oplossingen
- Open B klinkt niet: meestal raakt je ringvinger of wijsvinger stiekem de 2e snaar. Oplossing: rol je pols iets naar je duim toe en plaats je duim ongeveer midden achter de hals. Buig elke vinger tot op de vingertop, alsof je een kleine knikker vasthoudt.
- Hoge e verstikt: de pink zakt plat. Oplossing: plaats je pink net achter de fret, met minimale druk. Test door de hoge e apart aan te slaan en heel langzaam druk te verminderen totdat de noot nét begint te ruisen, daarna een fractie terug.
- Lage E bromt mee: je dempt de 6e snaar niet consequent. Oplossing: laat de top of zijkant van je middelvinger zachtjes tegen de 6e snaar rusten of gebruik je rechterhand (palm) als back-up demper bij stevige slagpatronen.
- Snaarbuzz op A2: je staat te ver van de fret of drukt schuin. Oplossing: duw met de vingertop iets dichter richting 2e fret en draai je pols zo dat je middelvinger recht omlaag komt.
Wisselen tussen E en B7 zonder haperingen
Omdat E-majeur en B7 veel samen voorkomen (klassieke 12-bar in E), loont het om de wissel te automatiseren. De middelvinger blijft op A2: dat is je ankerpunt.
- Leg E neer (wijs op G1, middel op A2, ring op D2). Tel vier maten.
- Laat alleen je middelvinger liggen. Schuif wijsvinger van G1 naar D1, zet ring op G2, pink op e2. Tel vier maten op B7.
- Ga terug: laat middelvinger liggen, til ring/pink op, verplaats wijsvinger terug naar G1 en ring naar D2. Herhaal in lusjes.
Begin zonder ritme, dan met rustige achtsten op 60 bpm. Voeg pas later accenten toe. Tip: film je linkerhand en check of je middelvinger écht blijft liggen; vaak denk je van wel, maar zweeft hij een millimeter boven de snaar.
Ritme dat B7 laat swingen
Een dominant-akkoord verdient groove. Twee startpatronen:
- Straight pop: D D U U D U (D = down, U = up). Accent op de eerste down en op de tweede up.
- Shuffle/blues: speel achtsten als triolen: lang–kort. Denk “DAah-da DAah-da…”. Mute licht met de palm vlak bij de brug om het strakker te maken.
Focus op dynamiek: speel lage snaren iets harder op de downstrokes, hoge snaren lichter op de upstrokes. Zo klinkt B7 rijk zonder rommelig te worden.
Snelle voicings voor echte songs
De open vorm is niet de enige. Drie praktische varianten voor verschillende situaties:
| Situatie | Grijppositie | Waarom en wanneer |
|---|---|---|
| Compacte popcomping | x2120x | Laat hoge e weg voor minder piek; fijn onder zang. |
| Strakkere baslijn | 2×1202 (B7/F#) | F# in de bas geeft meer drive; demp de A-snaar. |
| Vol, iets hoger op de hals | 7x787x (E-vorm, barré op 7) | Goed als de zanger laag zit en je hoger wilt kleuren. |
Wissel voicings per songdeel: couplet compact (x2120x), refrein open (x21202), brug met B7/F# voor extra spanning richting E.
De rol van B7 in progressies: denk functioneel
B7 is de V7 van E. In een 12-bar in E hoor je vaak:
- Maat 1–4: E(7)
- Maat 5–6: A7
- Maat 7–8: E(7)
- Maat 9: B7
- Maat 10: A7
- Maat 11–12: E(7) – B7 (turnaround)
Als je die maat 11–12 strak krijgt (E naar B7 en terug naar E), klinkt elk jamsessie-bluesje meteen geloofwaardig. Accentueer op maat 9 de tritonus in B7 (D#–A) door de 3e en 4e snaar net iets harder te raken; je oor hoort dan vanzelf de spanning naar E.
Techniektrucs die het verschil maken
- Micro-rotatie: roteer je pols een fractie naar de top van de hals wanneer je pink de hoge e2 drukt; dat haalt de B-snaar vrij.
- Rustige knokkels: houd het midden van je vingers boven de snaren en beweeg vanuit de topgewrichten. Geen “hamer” vanuit de hele hand.
- Dempen met links: raak met de buitenkant van je wijsvinger heel licht de hoge e als je die snaar niét wil horen in compactere voicings.
- Pickcontrole: kantel je plectrum 10–15 graden en mik op de snaren 4 t/m 1 bij rustig compen. Voor refreinen: voeg 5 erbij, maar blijf de 6e dempen.
Een 20-minuten schema dat je wél volhoudt
- 5 min – Tooncheck: leg B7 neer, sla elke snaar apart. Fix één ding per ronde (alleen hoge e, alleen open B, etc.).
- 7 min – Wissellussen: E → B7 → E op 60 bpm met achtsten. Houd de middelvinger als pivot. Verhoog per dag 5 bpm als het schoon blijft.
- 5 min – Ritme: kies één patroon (straight of shuffle) en speel 2 maten E, 2 maten A7, 1 maat E, 1 maat B7. Focus op accenten.
- 3 min – Toepassing: speel 12-bar E met een simpele turnaround (E–B7–E). Neem jezelf op.
Een week later? Richtwaarde: probleemloos schakelen op 80–90 bpm met achtsten, zonder dat de open B wordt gedempt.
Als kijken helpt meer dan lezen
Gebruik onderstaande lege oefenvideo-plaatsing om je eigen play-along of metronoom te embedden in je notitie-app of lesomgeving. Zet er later je favoriete instructievideo in met dezelfde maatsoorten en tempos.
Probleemoplosser: wat als je handen klein zijn (of juist groot)?
- Kleine handen: schuif je linkerduim iets richting de halsmiddenlijn. Dat vergroot de kromming in je vingers; de open B is meteen vrijer.
- Grote handen: gevaar is “platdrukken”. Werk expres met vingertoppen; maak de contactpunten zo klein mogelijk.
- Hoge snaaractie: als alles blijft rammelen, check je gitaar. Oude snaren en te hoge actie maken B7 onnodig zwaar. Een halve slag trussrod of lagere brug (door een tech) kan wonderen doen.
B7 muzikaal inzetten: minder noten, meer bedoeling
Je hoeft niet altijd alle vijf snaren te raken. Drie “micro-sets” die veel producers prefereren:
- Snaren 4–3–2 (D–G–B): puur de essentie (D#–A–B). Helder in een druk arrangement.
- Snaren 5–4–3 (A–D–G): ritmisch stevig; laat de 2e en 1e snaar even met rust.
- Snaren 3–2–1 (G–B–e): hoge shimmer boven een bas of piano.
Probeer hetzelfde strampatroon op alledrie en luister hoe de emotie kantelt zonder een nieuwe greep te hoeven leren.
Van oefening naar echte muziek: mini-arrangement
Probeer dit schema op 72 bpm met shuffle-feel. Tel “1-&-a 2-&-a 3-&-a 4-&-a”.
- E (2 maten): palm-muted achtsten, accent op 2 en 4.
- A7 (2 maten): open upstrokes op de ‘&’ na 2 en 4.
- E (2 maten): voeg een hammer-on van open G naar G# (0→1) toe voor kleur.
- B7 (1 maat): strakker, focus op snaren 4–3–2.
- A7 (1 maat): licht loslaten van de palm mute.
- E (1 maat) → B7 (1 maat): turnaround; eindig op een korte staccato-down op B7.
Neem dit op met je telefoon. Als de opname compact en pulserend klinkt zonder buitensporige lage E, dan zit je aan de veilige kant voor repetities en jam-avonden.
Veelgestelde vragen in één alinea
Moet de lage E altijd uit? In 99% van de pop/blues wel, tenzij je bewust B7/F# speelt. Kan ik zonder pink? Ja, kies dan x2120x, maar je mist de F#-kleur. Is barré beter? Op hogere posities wel voor consistentie, maar open B7 blijft onovertroffen qua klank in akkoestische settings. Mag ik fingerpicken? Graag: duim op snaar 5, wijs op snaar 4, middel op snaar 3, ring op snaar 2; maak een om-en-om-patroon (P–i–m–a) voor legato-flow.
Checklist om jezelf objectief te beoordelen
- Alle vijf actieve snaren geven afzonderlijk een zuivere toon.
- Je middelvinger blijft bij E ↔ B7 wissels zichtbaar op A2 liggen.
- Je raakt de 6e snaar gecontroleerd níet, zelfs bij hardere slag.
- Je kunt op 80 bpm achtsten spelen met een shuffle-feel zonder timingzakkers in de wissel.
- Je hebt minstens twee voicings paraat (x21202 en x2120x of 2×1202) en wisselt ze muzikaal.
Tot slot: maak het klein, maak het consequent
B7 is geen “vingerbreker” maar een precisie-akkoord: kleine bewegingen, slimme demping en een pivot die je hand rust geeft. Hou het oefenschema kort maar dagelijks, wissel gevoelsmatig tussen compact en open voicings en laat opname’s de waarheid vertellen. Nog één praktische tip: als je stem zakt, ga een positie hoger (7e fret-voicing) en behoud dezelfde rechterhandgroove. Zo blijft je B7 functioneel én muzikaal, waar je ook speelt.
